
H. Eucharistie – Pater Daniel
Samengevat door pastoor Geudens
Inhoud
I. Het meest kostbare “geheim” van het christelijk geloof
II. De consecratie als een allesomvattend gebeuren
III. De Eucharistie vanuit de Communie
IV. Eucharistie als herinnering of gedachtenis
V. Eucharistische heiligen
Inleiding
De Eucharistie is het hart van de Kerk: bron en hoogtepunt van het christelijk leven. Zij is geen thema dat wij in enkele begrippen kunnen vastleggen. Zij is een mysterie dat zich telkens opnieuw opent en ons overstijgt.
In deze tekst verkennen wij de Eucharistie vanuit verschillende invalshoeken. Eerst kijken wij naar de Eucharistie als het kostbaarste “geheim” van het geloof, gedragen door de Kerk vanaf het begin, vaak tegen de stroom in. Daarna richten wij ons op de consecratie als een allesomvattend gebeuren: de omvorming van brood en wijn, maar ook de belofte van een vernieuwde mens en een vernieuwde schepping.
Vervolgens beschouwen wij de Eucharistie vanuit de Communie, waar het mysterie het meest persoonlijk wordt: niet wij nemen Christus in bezit, maar Hij neemt ons in zich op en vormt ons om. Daarna staan wij stil bij de Eucharistie als gedachtenis: het liefdevolle gedenken dat verleden en heden verbindt en vruchtbaar maakt. Ten slotte kijken wij naar de eucharistische heiligen: mensen die laten zien dat de Eucharistie niet alleen gevierd, maar ook geleefd kan worden.
Zo willen wij niet alleen uitleg geven, maar vooral ruimte scheppen om te luisteren, te aanbidden en ons te laten vormen. Want de Eucharistie vraagt uiteindelijk niet in de eerste plaats om woorden, maar om overgave.
I. Het meest kostbare “geheim” van het christelijk geloof
Niet een ritus voor enkelen
Deze overweging willen wij wijden aan het kostbaarste “geheim” van het christelijk geloof: de Eucharistie. Het gaat niet om een vrome ritus voor enkele zogenoemde ‘pilarenbijters’. Vanaf het begin vormt dit mysterie het hart van iedere christelijke gemeenschap.
In onze samenleving lijkt de Eucharistie nauwelijks nog betekenis te hebben voor het openbare leven. Dat was in het Romeinse Rijk aanvankelijk niet anders. Toch lieten christenen zich door een heidense overheid niet voorschrijven óf en hóé zij Eucharistie mochten vieren. Zij gingen ondergronds en kwamen samen in de catacomben, in het grootste verborgene. Het Romeinse Imperium is ingestort, maar kruis en Eucharistie zijn gebleven.
Vele namen, één mysterie
Door de eeuwen heen is de Eucharistie op uiteenlopende wijzen benoemd én gevierd: Dankzegging, Laatste Avondmaal, Maaltijd des Heren, Breking van het Brood, heilig Offer, heilige en goddelijke Liturgie, Mis.
In sobere, vaak donkere Romeinse kerken maakte de viering indruk door haar eenvoud. In kathedralen en barokkerken werd zij omgeven door rijke luister: processies, wierook, gezangen en orgelklank die langs hoge gewelven rolde. Meer dan een halve eeuw geleden mocht ik als priesterstudent [Daniel Maes,red.] de pauselijke vieringen op het Sint-Pietersplein meemaken, vooral op hoogfeesten: polyfonische gezangen, schitterende gewaden, plechtige processies en wierook — gedragen door benedictijnse waardigheid.
Eucharistie in de “barak van een hel”
Misschien nog ontroerender zijn de getuigenissen uit de concentratiekampen aan het einde van de oorlog, toen de greep van de nazi’s begon te verslappen. Als iemand een stukje brood en wat wijn kon bemachtigen, werd in een verborgen hoek Eucharistie gevierd. Een priester sprak enkele Schriftwoorden en de consecratiegebeden; daarna volgden vredewens en Communie. Voor gevangenen in de barakken van een hel was dit een goddelijke lichtstraal.
De vroege Kerk: Justinus (±155)
Rond het jaar 155 beschrijft de heilige martelaar Justinus de viering eenvoudig:
“Op de dag van de zon komen allen samen… Er wordt voorgelezen… Daarna spreekt degene die voorgaat… Vervolgens staan wij allen op en bidden… Daarna groeten wij elkaar met een kus. Dan worden brood en een beker met water en wijn gebracht… hij spreekt een lange dankzegging uit — eucharistia… het volk zegt: Amen… de diakens delen uit en brengen het ook naar de afwezigen” (Apologia I, 65).
Voorafbeeldingen in het Oude Verbond
Het Oude Verbond bevat talrijke voorafbeeldingen van de Eucharistie.
- Melchisedek biedt Abraham brood en wijn aan (Genesis 14). Hij is koning van Salem, “vrede”, en zegent Abraham op mysterieuze wijze.
- Abraham en Isaak: het offer dat bereidheid vraagt om het dierbaarste te geven, verwijst vooruit naar het werkelijke offer van Christus.
- De uittocht: bevrijding uit Egypte, doortocht door de zee, woestijn en Beloofd Land. In de woestijn schenkt God manna: brood uit de hemel (Exodus 16). Jezus openbaart zich later als het ware Brood uit de hemel (Johannes 6).
Vervulling in het Nieuwe Verbond
Ook het Nieuwe Testament is geheel op de Eucharistie gericht, het hoogtepunt van Jezus’ leven. Zijn weg is een opgang naar Jeruzalem, waar Hij zijn leven geeft tot vergeving van de zonden. De wonderbare spijzigingen zijn voorafbeelding.
Matteüs, Marcus en Lucas beschrijven de instelling van de Eucharistie. Johannes spreekt uitvoerig over het Brood des Levens en beschrijft tijdens het Laatste Avondmaal de voetwassing: Jezus knielt tot op de grond. Ook Paulus verwijst expliciet naar de instelling (1 Korintiërs 11). Op het uur waarop de paaslammeren worden geslacht, sterft Jezus aan het kruis als het Paaslam voor altijd.
Eén offer, altijd tegenwoordig
In de tijd van de Kerk wordt dit ene offer voortdurend tegenwoordig gesteld en sacramenteel gevierd onder de tekenen van brood en wijn. Offeraar en Offer zijn — zij het onbloedig — dezelfde. De priester handelt in de persoon van Christus en in naam van de Kerk. De Eucharistie blijft gevierd worden tot aan het bruiloftsmaal aan het einde der tijden, wanneer de verzuchting uit de Openbaring vervuld wordt: “Kom, Heer Jezus.”
Een blijvende structuur, verschillende accenten
Door de eeuwen heen is de fundamentele structuur onveranderd gebleven: dienst van het Woord en eucharistische dienst (brood en wijn, consecratie, Communie). In de Latijnse Kerk was de viering doorgaans soberder; in de oosterse Kerken mystieker en rijker, met litanieën, processies, wierook en iconen. Het blijft steeds hetzelfde levensoffer van Jezus Christus tot verzoening van de zonden: totale zelfgave, die ook de kern van ieder mensenleven raakt.
Eucharistie is uiteindelijk alles, en alles is eucharistie. Zij vormt het hart van de Kerk en van de mensheid, van de geschiedenis en van het universum. Heel de geschiedenis, van schepping tot wederkomst, is hierop gericht.
II. De consecratie als een allesomvattend gebeuren
Omvorming: brood, wijn, mens en schepping
De Schriften laten zien hoezeer de openbaring op de Eucharistie gericht is. In dat licht beschouwen wij de consecratie als een allesomvattend gebeuren. Brood en wijn worden omgevormd tot het Lichaam en Bloed van de gestorven en verrezen Heer Jezus Christus. Tegelijk is dit een voorafbeelding van de uiteindelijke omvorming van heel de schepping, wanneer God alles in allen zal zijn. Ook de gelovigen worden in dit mysterie gevormd tot het ene Mystieke Lichaam van Christus.
Brood en wijn: tekenen van leven
Brood en wijn vertegenwoordigen de schepping. Het Hebreeuwse woord (lamed–chet–mem) verwijst zowel naar lechem (brood) als naar lacham (strijden): de fundamentele levensstrijd is die om het dagelijks brood. Jezus wordt geboren in Betlehem — Beth-lechem, “huis van het brood” — en openbaart zich als het Brood van het Leven.
Wijn is nauw verwant aan bloed. De Schrift spreekt over wijn als “het bloed van de druif” (Deuteronomium 32,14). In de joodse traditie is bloed de drager van het leven en daarom heilig (Leviticus 17,10).
Instellingswoorden en vervulling
Jezus sprak de consecratiewoorden tijdens het Laatste Avondmaal, zoals de synoptische evangeliën getuigen. Hij neemt brood en wijn en zegt:
“Neemt en eet hiervan, gij allen…
Neemt deze beker en drinkt hier allen uit… Blijft dit doen om Mij te gedenken.”
In deze woorden verwijst Hij naar drie centrale realiteiten uit het Oude Verbond en geeft daaraan een definitieve betekenis:
- Het verbondsoffer van Mozes (Exodus 24)
- Jom Kipoer, de Grote Verzoendag (Leviticus 16)
- De gedachtenis van het Pasen (Exodus 12)
Hier openbaart zich het nieuwe van de Eucharistie: Christus is tegelijk Hogepriester, Offerlam en Tempel. Hij offert niet iets buiten zichzelf, maar geeft Zichzelf.
De Heilige Geest en de epiclese
Tijdens Vaticanum II werd het belang van de heilige Geest sterk benadrukt. Eucharistische omvorming is immers alleen mogelijk door de Geest. Jezus heeft zichzelf geofferd “door de eeuwige Geest” (Hebreeën 9,14).
Daarom kent de vernieuwde liturgie twee epicleses: vóór de consecratie om brood en wijn te laten omvormen tot Lichaam en Bloed van Christus; na de consecratie opdat wij allen één lichaam en één geest in Christus worden.
Begin van een kosmisch proces
De consecratie is het begin van een allesomvattende omvorming. Wij zijn geroepen Christus na te volgen en zelf eucharistie te worden: gave, dankzegging en zelfovergave. Zelfs de schepping ziet hiernaar uit (Romeinen 8,19–21). Aan het einde der tijden zal God “alles in allen” zijn (1 Korintiërs 15,28). Dat zal de ware en definitieve ‘Great Reset’ zijn.
III. De Eucharistie vanuit de Communie
“Wie Mij eet, zal leven door Mij”
Jezus zegt: “Ik ben het brood des levens… Het brood dat Ik zal geven is mijn Vlees” (Johannes 6,35.51). Hij benadrukt dat het eten van zijn Vlees en het drinken van zijn Bloed noodzakelijk zijn om het eeuwige leven te ontvangen: “Wie Mij eet, zal leven door Mij” (Johannes 6,57).
Deze woorden schokten velen. Sommigen haakten af. Ook de apostelen hadden het hiermee moeilijk, maar Petrus spreekt hun geloof uit: “Heer, naar wie zouden wij gaan? U hebt woorden van eeuwig leven” (Johannes 6,68).
Niet wij nemen Christus op — Hij neemt ons op
In gewoon voedsel wordt het mindere door het meerdere opgenomen: voedsel wordt door ons lichaam geassimileerd. In de Communie gebeurt het omgekeerde. Niet wij nemen God in ons op, maar God neemt ons in zich op. Hij verheft en vormt ons om. Het doel is dat wij met Paulus kunnen zeggen: “Niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij” (Galaten 2,20).
Door de Communie worden wij één met Christus, met de Vader en met de heilige Geest. Tegelijk worden wij één met onze broeders en zusters: één Mystiek Lichaam.
Eenheid door overgave
Zoals brood uit vele korrels bestaat en wijn uit vele druiven, zo brengt de Communie ons in een omvattende eenheid. Ware eenheid is niet alleen lichamelijk of emotioneel, maar geestelijk: zij vraagt totale wederzijdse overgave en wordt tot stand gebracht door de heilige Geest.
God daalt af tot in ons
De heilsgeschiedenis is geen opklimmen van de mens naar God, maar een neerdaling van God naar ons: zichtbaar in de schepping, hoorbaar in de Schrift, tastbaar in de menswording — en in de Communie intiemer dan ooit. Daar ontvangen wij Christus niet alleen nabij, maar inwendig: Hij neemt ons op in zijn leven.
In een tijd waarin verdeeldheid en ontmenselijking toenemen, blijft de Communie het hoogste teken van Gods bedoeling: mensen bijeenbrengen in liefde, harmonie en gemeenschap.
IV. Eucharistie als herinnering of gedachtenis
Gedachtenis: hart en geheugen
De woorden van Jezus: “Doe dit tot mijn gedachtenis” nodigen uit tot méér dan het herhalen van een ritus. Zij nodigen uit tot gedenken én navolgen. Naast de objectieve gedachtenis in de viering is er ook de subjectieve weg: beschouwing en aanbidding.
“Her-innering” (Latijn: re-cor-dare) is liefdevol gedenken: het geheugen wordt opnieuw met het hart verbonden.
Emmaüs: de kortsluiting wordt hersteld
De Emmaüsgangers kenden de feiten en de Schriften, maar hun hart was verlamd. De verrezen Heer ontsluit hun de Schriften, en zij zeggen: “Brandde ons hart niet in ons…?” (Lucas 24,32). Liturgie is daarom niet enkel herinnering, maar een heden waarin de vrucht van het heil opnieuw wordt ontvangen.
Vormen van beschouwing en aanbidding
De christelijke traditie kent vele wegen: het Jezusgebed, de stille aanbidding, uitstelling van het Allerheiligste, aanbiddingsuren, processies en eucharistische congressen. De Catechismus zegt treffend dat de Kerk door verdieping van het geloof de zin ontdekte van “de stilzwijgende aanbidding van de Heer” (nr. 1379).
Maria: Moeder van de herinnering
Maria is bij uitstek Moeder van de herinnering en van de stille aanbidding. Zij ontving Christus eerst in geloof, daarna lichamelijk. Zij bewaarde alles in haar hart (Lucas 2,51). Zij stond onder het kruis en bleef in het hart van de mysteries van menswording, Pasen en Pinksteren. Rond haar verzamelt zich de jonge Kerk (Handelingen 1,14).
V. Eucharistische heiligen
Eucharistie als levenscentrum
Een “eucharistische heilige” is iemand voor wie de Eucharistie het levende middelpunt van geloof en bestaan is. Niet alleen een praktijk, maar een levensvorm: vieren, ontvangen en aanbidden, en daaruit leven.
Enkele voorbeelden
- Thomas van Aquino: eucharistische leer, hymnen en gebeden.
- Julianus van Norwich: diep vertrouwen: “Alles zal goed zijn…”
- Pater Pio: dagelijkse Mis en aanbidding.
- Thérèse van Lisieux: eenvoudige, intense eucharistische liefde.
Wat hen verbindt is één kern: de Eucharistie werd bron van genade, kracht en liefde. Zij maakten van hun leven een antwoord: dankzegging en dienstbaarheid.
Ook vandaag laten velen zich inspireren: priesters, religieuzen en leken die trouw vieren, bidden en aanbidden. Zij ervaren dat de Eucharistie Christus niet alleen verkondigt, maar schenkt.
Slotwoord
Wanneer wij deze perspectieven samen nemen—Eucharistie als geheim, als consecratie, als Communie, als gedachtenis en als levensweg van de heiligen—zien wij één beweging: God komt ons tegemoet. Niet als idee, maar als gave.
De consecratie toont dat God het gewone niet veracht. De Communie openbaart het doel: opgenomen worden in Christus, zodat zijn leven in ons gestalte krijgt. De gedachtenis bewaart dit mysterie in een liefdevol hart. En de eucharistische heiligen laten zien dat dit geen theorie is, maar een weg die het leven verandert.
Daarom eindigt deze overweging niet met een conclusie, maar met een uitnodiging: dat wij de Eucharistie niet enkel “doen”, maar leren ontvangen; dat wij niet alleen deelnemen, maar ons laten omvormen; dat wij het geheim van Gods liefde herontdekken—een liefde die verzamelt wat verstrooid is, heelt wat gewond is, verbindt wat verdeeld is, en ons maakt tot één lichaam in Christus.
Moge onze eucharistische viering uitlopen op een eucharistisch leven: een leven dat dank zegt, zich geeft, gemeenschap sticht en—hoe klein ook—iets laat zien van Gods toekomst, wanneer Hij eenmaal alles in allen zal zijn.
(*) Bronnen
PATER DANIEL: De Eucharistie I
PATER DANIEL (Pdf): De Eucharistie II
PATER DANIEL : De Eucharistie III
PATER DANIEL: Eucharistie IV
PASTOOR GEUDENS: Eucharistische Heiligen